Dit artikel van GroenLinks-stadsdeelbestuurder Nevin Özütok en Jos van der Lans verscheen 25 november in Het Parool

De komende maand discussieert de Amsterdamse gemeenteraad over de toekomst van het Amsterdamse bestuurlijke stelsel op basis van het evaluatierapport van de commissie-Brenninkmeijer, waarvan de aanbevelingen grotendeels zijn overgenomen door het college van B&W. De analyse is terug te brengen tot één simpele formule: minder politiek, meer democratie.

 

Het past in de trend waarin de democratie probeert een weg te zoeken uit de stadskantoren naar de burgers toe. Meer democratie betekent meer reële zeggenschap van burgers over hun eigen woon- en levensomstandigheden en het verplaatsen van publieke verantwoordelijkheden naar de samenleving.  Dat is een interessant startpunt om te onderzoeken hoe je de Amsterdamse democratie kunt verbeteren.

Maar vreemd genoeg is dat niet wat de commissie doet. Ze richt zich in haar evaluatie uitsluitend  op de eerste helft van haar formule: minder politiek. Zij stelt voor om de verkiezingen van de bestuurscommissie in de stadsdelen te schrappen, omdat dat toch alleen maar onderling gekissebis en bestuurlijk gekrakeel oplevert. Wil Amsterdam serieus inhoud geven aan het eerder door de gemeente in het Bestuurlijk Kompas vastgelegde uitgangspunt van één Amsterdam, één organisatie dan moeten politici fundamenteel van houding en mentaliteit veranderen zodat er ruimte komt voor de Amsterdammers en hun initiatieven. Vandaar dat het college van B&W in de toekomst de stadsdeelbestuurders gaat benoemen, die dan het door de gemeenteraad vastgestelde beleid gaan uitvoeren.

Ai. Dat doet het ergste vrezen. Eén Amsterdam, één organisatie betekent  dat alles volgens voor de hele stad geldende vaste procedures verloopt, volgens voor de hele stad gelden criteria en conform de uniforme prioriteiten en programmalijnen zoals die door de centrale stad zijn vastgelegd. Nu al - want het Bestuurlijk Kompas is inmiddels in werking getreden - moeten horecavoorzieningen op de stadsdeelkantoren kostendekkend zijn, waardoor het onmogelijk is om er met mensen met een arbeidsbeperking te werken. Voor improviseren, voor een intensief samenspel met burgers, voor het doordacht afwijken van standaarden – precies datgeen waar de bestuurscommissies goed in zijn (en wat inderdaad schuurt met de Stopera-wereld) – is in die uniformerende tendens steeds minder ruimte.

In feite hebben Brenninkmeijer de voorzet gegeven voor een door de Stopera geleide programmademocratie, die nu dankbaar door B&W wordt ingekopt. Wordt daarmee de lokale democratie verbeterd? Wij geloven daar niks van. De gekozen oplossing is eerder strijdig is met de ontwikkeling in de stad waar burgers zich steeds nadrukkelijker op publieke verantwoordelijkheden organiseren. Kijk naar de buurtcoöperaties, de stadsdorpen, de energiecollectieven, noem maar op. Precies die krachten zouden in een nieuw bestuurlijk stelsel aan ruimte moeten winnen.

Dat gebeurt dus niet als je door de Stopera benoemde bestuurders parachuteert. Integendeel. Dat gebeurt door juist nu in die initiatieven te investeren. En precies dat gebeurt nu mondjesmaat. De wethouders laten geen gelegenheid aan zich voorbij gaan om er de er de loftrompet over af te steken, maar tegelijkertijd blijft de hand op de knip. Het in leven houden en stimuleren van deze initiatieven wordt grotendeels overgelaten aan die vermaledijde dwarse stadsdeelbestuurders, die al improviserend en met de nodige creatieve boekhoudkunst er het beste van proberen te maken.

Daarom moet de gemeenteraad als zij zich gaat zetten aan de toekomst van het bestuurlijk stelsel van Amsterdam doen wat de commissie-Brenninkmeijer heeft nagelaten. Zij moet de vraag stellen hoe een nieuw stelsel de democratie en zeggenschap van burgers kan intensiveren. Zij moet de weg openen om daar echte vooruitgang in te maken met vergaande democratische experimenten. Dat kan bijvoorbeeld door voor de komende vier jaar een substantieel maatschappelijk innovatiefonds in het leven te roepen dat initiatieven waarin burgers met elkaar publieke en maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen naar een hoger niveau kan tillen. Put your money where your mouth is - dat zou het motto moeten zijn. Oftewel: meer burgers, andere politiek.

En het klopt, dat is inderdaad ingewikkelder dan simpelweg de verkiezingen voor de deelraden afschaffen. Dat is de weg van de minste weerstand naar de meeste bureaucratie. Bovendien kan dat als de democratie vitale nieuwe vormen heeft kunnen ontwikkelen altijd nog. Dan halen we over vier jaar het rapport van de commissie-Brenninkmeijer uit de bureaula.

Jos van der Lans is voorzitter van de Buurtcoöperatie Oostelijk Havengebied
Nevin Ozütök is stadsdeelbestuurder in Amsterdam-Oost