Afgelopen week stond in de raadscommissie van stadsdeel Oost de Afvalstoffenheffing op de agenda. Uit het Duurzaamheidskompas (een terugkerend onderzoek onder Nederlandse consumenten) van vorige maand blijkt dat 87% van de Nederlanders weleens eten weggooit. De meerderheid (69%) vindt dit een onnodige belasting voor het milieu en bovendien een belangrijk duurzaamheidsthema (net zo belangrijk als obesitas).
Zou het ons helpen minder afval produceren als we daardoor minder belasting hoeven te betalen?
Als GroenLinks gaan we uit van het principe ‘de vervuiler betaalt’.
Helaas is dit principe niet terug te vinden in de huidige verordening en ontbreekt er een financiële prikkel om huishoudelijk afval te beperken.
Een tweede punt van kritiek op de heffing is dat het verschil tussen een één en meerpersoons huishouden slechts € 87 op jaarbasis is.
Tenslotte wordt er bij het tarief voor meerpersoons huishoudens geen onderscheid gemaakt tussen twee, drie, vier of meer personen per huishouden. Dit lijkt niet echt rechtvaardig.
Hoe kun je mensen wel stimuleren om af te vallen op afval?
Enerzijds door differentiatie van tarieven op basis van gewicht of volume van het aangeboden afval (kortweg Diftar genoemd). Anderzijds door burgers te belonen voor het aanbieden van gescheiden afval dat hergebruikt kan worden.
Het Amsterdams bestuur zou zijn licht op kunnen steken bij andere gemeenten, die ervaring hebben met Diftar. Zo bestaat in Nijmegen de afvalstoffenheffing uit een vast en variabel (per vuilniszak) bedrag.